Startpagina
Menckhorst , de naam. PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Henk Menkehorst   
vrijdag, 01 februari 2008 10:13

Het ontstaan van de naam Menkehorst in Haaksbergen

De Menckhorst ongeveer 1900

In 1839 hertrouwd Johanna Hendrika Wentzeler op 35 jarige leeftijd met Johannes Bernardus Menkehorst, een katoenspinner uit de gemeente Groenlo.

Deze Johannes Bernardus ( Bernhard) was een zoon van Assueres Bluiminck en Berendina te Focht uit Groenlo. Deze Assueres was van beroep boerwerker. Assueres of Sweer Bluiminck had vier kinderen waarvan er twee de naam Bluminck voerden en twee , waaronder Johannes Bernardus , de de naam Menk(e)horst.

De naam Menk(e)horst komt van een boerderij in de buurschap Avest, nabij Beltrum nu gemeente Berkelland en eertijds Groenlo. De Blumincks hebben een periode op deze boerderij gewoond. Dit blijkt uit de huwelijks akte van de vader van Assueres, Johannes Henricus. Deze huwt op 18 november 1767 met Henrica Gunnewick. In het huwelijks register van de Katholieke kerk staat Johannes Henricus Bluminck op Menkehorst gehuwd met Henrica Gunnewick. Dit verklaart dat Hendrik Bluminck op de boerderij de Menckhorst gewoond heeft.

De oudste vermelding van de naam Menckhorst stamt uit 1333. In genoemd jaar werd de weide genaamd Mecginckhorst, gelegen in het kerspel Groenlo, buurschap Beltrum door de heer Henricus van Borculo overgedragen aan Henricus Zure ( van Schilfgaarde, de graven van Limburg Stirum).In 1342 gaf Ludowicus, bisschop van Munster, toestemming aan Henricus Sure om het Sint Nicolaas altaar in de kapel van Borculo te begiftigen met het goed Menckhorst in Beltrum. Hieruit zou kunnen blijken dat het goed Menckhorst tussen 1333 en 1342 gesticht is door Henricus Sure. In 1529 heet het goed Magginckhorst en ligt in Beltrum, het doet een halve gulden in de schatting. Dit wijst er op dat het een kleiner erve is ( de grote of gewaarde erven betaalden in de regel een gulden) In 1553 ligt het goed echter in Avest en doet wederom een halve gulden in de schatting. Ook in 1570-1571 blijkt het te liggen in de buurschap Avest. Het goed heet dan wederom Megginckhorst en doet twee Ort in de schatting. Het is dus gedaald op de maatschappelijke ladder. Dat het een klein goed of katerstede is, blijkt ook uit de oudste rekening van rentmeester Peter van Sels van de geestelijke goederen in de heerlijkheid Borculo over 1616. Daaruit blijkt dat tot de pastoriegoederen van Borculo ook de katerstede Meynckhorst behoorde. Het heeft zeker tot en met 1627 behoord tot het Borculose geestelijk rentambt, wanneer aan Berent Meynckhorst wegens utelicke bederff ( schade) de pacht voor het geheel wordt kwijt gescholden. In de overzichten van de geestelijke goederen uit 1644 1672/73 komt het erve niet meer voor . Waarschijnlijk is het voordien verkocht.

In begin 1800 staat als eigenaresse van de Menckhorst bekend A. Huikes, weduwe van Klein Bruinink op Hulshof. De Menckhorst werd op dat moment bewoond door Jan Goosens , hij was gehuwd met Berendina Scharenborg. Dit echtpaar woonde op de Menckhorst van ongeveer 1808 tot 1832. Daarna is de familie naar Groenlo verhuisd. Vanaf 1833 is de familie te Koppele op de Menckhorst komen wonen , tot 1854. In 1854 trouwt een dochter van te Koppele met Johannes te Bogt. Vanaf 1854 tot en met heden wordt de de Menckhorst bewoond door de familie te Bogt. Ergens tussen 1767 en 1800 moet er een Bluminck op de Menckhorst hebben gewoond.

Laatst aangepast op zaterdag, 15 november 2008 14:14